Wie was Adriaen de Vries?

Kennismaking met Adriaen de Vries

Adriaen_de_Vries_door Henricus Hondius (1612) © wikipedia.org

In het blog Het wonder van Adriaen de Vries heb je kennis gemaakt met een van zijn meesterwerken de Bacchant. Een bijzondere aankoop voor het Rijksmuseum. Maar wie was die Rembrandt onder de beeldhouwers? Een van mijn trouwe volgers woont in de Adriaen de Vrieslaan en wilde graag meer weten over de naamgever van haar straat. Daarom hier als extraatje. Een beknopte biografie van een van lands beroemdste beeldhouwers in het buitenland: De Michelangelo van het Noorden.

Adriaen de Vries door Henricus Hondius (1612) © wikipedia.org

Geboren in Den Haag

Adriaen de Vries werd in 1556 in Den Haag geboren. Zijn vader was daar apotheker en regent. Als de Spanjaarden naar ons land komen, vlucht zijn familie in 1574 tijdelijk naar Delft. We weten niet veel uit directe bronnen, maar via inscripties en indirecte bronnen is er toch een levensverhaal van de Rembrandt van de beeldhouwers en de Michelangelo van het Noorden te construeren. Het is wel een verhaal dat is gebaseerd op een lange reeks aannames en veronderstellingen, maar daardoor niet minder indrukwekkend.

Eregalerij Rijksmuseum Amsterdam foto Wilma Lankhorst
De Bacchant, Adriaen de Vries in Eregalerij Rijksmuseum Amsterdam
Als Vlaming in Italië

Om edelsmid te worden is Adriaen tussen zijn 12e en 15e levensjaar in de leer gegaan bij een meester in dat vakgebied. Zijn zwager Simon Adriaensz Rottermondt was goudsmid in Den Haag en heeft hem naar alle waarschijnlijkheid de eerste kneepjes van het vak geleerd. In 1581 werkt hij onder de naam Adriano orefice fiammingo (Adriaan goudsmid uit Nederland) als beeldhouwer in het atelier van grootmeester Giambologna. In de zestiende eeuw waren er relatief veel Nederlandse beeldhouwers en edelsmeden die een toekomst zochten in Italië. Zij werden daar gemakshalve allemaal fiamminghi (Vlamingen) genoemd.

Jonge hofbeeldhouwer

Om kansrijke stappen te maken op het terrein van de beeldhouwkunst is in die tijd een leerperiode in Italië, de bakermat van de Renaissance, erg belangrijk. Wie in Italië carrière kon maken, kreeg de beste kaarten om een uitnodiging te krijgen als hofkunstenaar voor een buitenlandse vorst. Hofbeeldhouwers hadden een grotere vrijheid dan Gilde-leden die gebonden waren door allerlei gilderegels. Daarnaast kon een hofbeeldhouwer rekenen op een luxe leven door zijn status als hoveling met een daarbij passend inkomen.

Close up van de Bacchant beeldhouwer Adriaen de Vries in Rijksmuseum Amsterdam © Wilma Lankhorst
Close up Bacchant Adriaen de Vries in Rijksmuseum
Van Turijn naar Praag

Tijdens zijn werkzaamheden aan het Leoni’s hoogaltaar in Milaan werd hij uitgenodigd bij de hertog van Savoye van Turijn. Deze Hertog, Carlo Emanuele I, was de schoonzoon van de Spaanse koning Philips II. De Spaanse vorst kende de kwaliteit van het werk van De Vries. En zo kwam het dat Adriaen op zijn 32ste jaar zijn eerste zelfstandige betrekking krijgt. Na anderhalf jaar vertrekt Adriaen samen met een lid van de hofhouding van de hertog naar Praag. Daar zijn ze te gast op de residentie van keizer Rudolph II. Laatstgenoemde stond bekend als een excentrieke persoonlijkheid en zijn hof werd toentertijd gezien als het culturele centrum aan de noordzijde van de Alpen.

Nederlandse kunst-enclave

Keizer Rudolph heeft op zijn slot in Praag verschillende Nederlandse kunstenaars bijeen gebracht. Naast de beeldhouwers Adriaen de Vries en Hans Mont waren daar ook Joris Hoefnagel, Bartholomeus Spranger en Roelandt Savery (allen schilders), graveur Aegidius Sadeler, borduurwerker Philipp van den Bossche en edelsmeden Paulus van Vianen en Jan Vermeyen. Keizer Rudolph was al enkele jaren opzoek naar een beeldhouwer met de kwaliteiten van Giambologna en was dan ook heel blij dat het hem in 1589 eindelijk lukte om De Vries weg te halen bij de hertog van Savoye.

Adriaen de Vries in Louvre Mercurius-psyche © Louvre
Mercurius en Psyche Adriaen de Vries © Louvre Parijs

Eerste zelfstandige werk

In zijn nieuwe functie maakt de Vries zijn eerste zelfstandige sculpturen. Zijn leermeester Giambologna had voor die tijd een beroemde op een voet balancerende Mercurius gecreëerd. De Vries schiep voor Rudolph twee zwevende figuren: Mercurius en Psyche. Het origineel is in het Louvre te zien, een kopie van de hand van L. Gasne staat in de tuin van het Rijks.

Even terug in Den Haag

In 1594 komt de Vries even terug naar ons land, zijn bestemming is Den Haag de aanleiding het overlijden van zijn vader. Hierna reist hij door naar Rome en laat Praag links liggen. De keizer is niet blij met deze wending. Hij liet de Vries opsporen met de opdracht zo snel als mogelijk terug te keren naar Praag. Adriaen bleef tot begin 1596 in Rome. Hij besteedde zijn tijd aan het bestuderen van beelden uit de Oudheid waarvan hij kleine modellen heeft gemaakt. Deze studiemodellen kon hij later weer gebruiken bij zijn nieuwe ontwerpen. Hij werd niet door de keizer teruggevonden maar door het stadsbestuur van het Duitse Augsburg. Zij gaven hem een opdracht om twee grote fonteinen te maken voor de stad. In augustus 1596 werd het officiële contract getekend en wist De Vries dat hij na voltooiing maar liefst 5600 florijnen op zijn conto kon bijschrijven. Stadsfonteinen staan in publieke, openbare ruimtes en moesten de trotst en de welvaart van het stadsbestuur uitdragen.

Fontein van Adriaen de Vries, Hercules in Augsburg aan Maximilianstraße foto Germany Travel
Herculus fontein, Maximilianstraat – Augsburg (Adriaen de Vries)
Nieuw type fontein

De Vries presenteert een totaal nieuw concept fontein: een waterpartij met dynamische en anekdotische elementen. Zijn ontwerp straalde een sfeer van vroege barok uit. In de eerste fontein is de god van de handel, Mercurius, herkenbaar. Aan zijn voeten staat de liefdesgod Amor die Mercurius zijn vleugels aanreikt. De tweede waterpartij is veel groter. Op drie verschillende niveaus zitten en staan beelden. De belangrijkste persoon in dit concept is Hercules, hij doodt de draak Hydra. In het waterbassin duiken zelfs zeefiguren op. De bekendheid van het werk van De Vries nam snel toe nadat hij de fonteinen in Augsburg had voltooid. In 1613 nodigt de Deense koning Christaan IV hem uit voor een fontein voor op het voorplein van zijn kasteel in Frederiksborg. Voor dit ontwerp kiest de Vries voor de god van de zee, Neptunus. De Zweden storen zich later zo aan dit kunstwerk omdat ze het als provocerend ervaren. In 1659 roven de Zweden het kunstwerk dat later weer wordt opgebouwd in het park van het Zweedse Koninklijke Paleis Drottingholm, aan de rand van Stockholm. Een onderdeel ervan, een Triton met een hoorn, is in de jaren zeventig van de vorige eeuw langdurig uitgeleend aan ons Rijksmuseum in Amsterdam. Hier is het nu te zien in zaal 2.1 (de zaal links naast de Eregalerij met o.a. de Nachtwacht).

Adriaen de Vries_Stockholm_foto Ola_ericson-drottningholm_palace - Visiit Sweden
Paleis Drottingholm, Zweden – © Ola Ericsson

De meest recente en meest prestigieuze aankoop van Adriaen de Vries is de Bacchant*. Dit beeld is sinds november 2015 te zien in het Rijksmuseum.
Meer weten? Klik dan hier voor meer wetenswaardigheden.
Deze aankoop is mede mogelijk gemaakt door medefinanciering van de Vereniging Rembrandt.

© tekst Wilma Lankhorst
© foto’s gebruik met dank aan Duits verkeersbureau, Visit Sweden, Louvre (Parijs) en het Rijksmuseum Amsterdam