Kennismaking met Käthe Kollwitz

1 KK header collage KK (1)
Collage met zelfportretten en werk van Käthe Kollwitz © WL

2015 Het jaar van Käthe Kollwitz

Ken jij Käthe Kollwitz?
Ik heb voor het eerst kennis van haar genomen via de Nijmeegse kunsthistorica Anneke Smits. Zij besprak met ons het leven en werk van een aantal vrouwelijke kunstenaars in de 19e en 20ste eeuw. Jaren waarin het nog niet zo gewoon was dat vrouwen zich via de kunst lieten zien. De beelden en het levensverhaal van Käthe Kollwitz zijn me altijd bijgebleven. Kort na deze wintercursus was ik in Berlijn en daar zag ik in een zijstraat van de Ku-Damm het Käthe Kollwitz Museum. Een dag later stond ik bij de ‘Neue Wache’ ( de Nieuwe Wacht) oog in oog met haar beroemde Pietà. Ondertussen heb ik het Koekoeksjong van Koelelare gezien en was ik te gast in hét Käthe Kollwitz Museum in Keulen. 22 april 2015 is het 70 jaar geleden dat Käthe Kollwitz, net voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, overlijdt. Ze wordt in Berlijn, later dit jaar,  geëerd met een bijzondere tentoonstelling. De jonge Nederlandse beeldhouwer Lotta Blokker geeft haar een persoonlijk eerbetoon in een dialoog met Kollwitz. In dit blog geef ik eerst antwoord op de vraag: Wie was Käthe Kollwitz? Daarna volgt een trilogie over Käthe Kollwitz in Koekelare, Keulen en Berlijn.

KK 1888-1889 zelfportret low res
Käthe Kollwitz – zelfportret 1888-9 op folder KK Museum Berlijn
Biografie in een notendop

Op 8 juli 1867 ziet Käthe Schmidt het levenslicht in het Duitse Königsberg. Ze is de dochter van Katharina en Carl Schmidt. Haar vader is zowel bouwmeester als predikant. Op veertienjarige leeftijd krijgt Käthe haar eerste tekenlessen en van 1885 tot 1890 volgt ze schilderlessen bij de Duitse meester Karl  Stauffer-Bern (in Berlijn) en later bij zijn collega Ludwig Herterich in München. Via haar broer Konrad leert ze, de arts in opleiding, Karl Kollwitz kennen. Na haar terugkomst uit München trouwt ze op 13 juni 1891 met haar Karl. Korte tijd later verhuizen ze van Köningsberg naar Berlijn. Hier begint Karl een huisartspraktijk in het noordelijke deel van de stad waar vooral minder bedeelden wonen. Net als Karl is Käthe sterk maatschappelijk geëngageerd en zet ook zij zich in voor de zwakkeren in de samenleving. In de praktijk van haar man maakt Käthe nader kennis met de anatomie van het menselijk lichaam. Het echtpaar krijgt twee zonen, Hans (1892) en Peter (1896).

KK 1891 zelfporrtret B tas KKM
Käthe Kollwitz – zelfportret 1891 – op cadeautas van KK museum Berlijn
De opstand van de wevers

In 1895 doet Käthe mee aan een vrije kunstexpositie in Berlijn en toont daar drie van haar werken. In hetzelfde jaar ziet ze het theaterstuk ‘de Wevers’ van Gerhard Hauptman. Käthe raakt geïnspireerd en gefascineerd door het zware, eenvoudige leven van de wevers en bestudeert hen ruim vier jaar. Het resultaat is haar eerste  werkcyclus: De Weversopstand. Hierna wordt ze opgenomen in de Berlijnse kunstcirkel “Berliner Secession’ een geselecteerde groep van artistieke vernieuwers. Käthe gaat les geven aan Kunstschool in Berlijn (1898-1903). In 1899 koopt het Kupferstichkabinett uit Dresden haar cyclus ‘De Weversopstand’. Daarna (1901-1908) begint ze aan een nieuwe serie “De boerenoorlog’. Hiervoor krijgt ze de Villa Romana prijs. In 1904 reist ze naar Parijs en maakt bij de Academie Julian o.a. kennis met beeldhouwer Gustave Rodin. In 1907 studeert ze een jaar in Florence.

Vadslo overzicht
Doorkijkje op Duitse begraafplaats in Vadslo België © WL
Het treurende ouderpaar

De Eerste Wereldoorlog begint en in 1914 vertrekt haar jongste zoon Peter, nog geen 18, naar het Westfront in België. Hij is daar pas 10 dagen als hij op 23 oktober dodelijk wordt getroffen door vijandelijk vuur in de omgeving van Diksmuide. Käthe maakt zichzelf verwijten over de dood van haar zoon en zoekt naar een manier om het verdriet van haar èn Karl een plek te geven. Uiteindelijk zal dit zoekproces 18 jaar in beslag nemen voordat de definitieve versie van ‘Het treurende ouderpaar’ ontstaat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt ze in 1917 voor haar 50ste verjaardag op allerlei locaties in Duitsland geëerd met tentoonstellingen. Op 24 januari 1919 volgt haar benoeming tot professor en daarmee ze wordt de eerste vrouwelijke deelnemer aan de Pruisische Kunst Academie.

KK 1929 foto KK Lotte Jacobi KKM Keulen low res
Käthe Kollwitz 1929 foto Lotte Jacobi – tas KK Museum Keulen
Nooit meer oorlog

Na de oorlog raakt ze actief betrokken bij het IAN, een Internationaal Comité voor hulp aan de arbeiders. In deze periode (1921-1924) ontwerpt ze, misschien wel haar meest bekende affiche ‘Nie wieder krieg’ (Nooit meer oorlog) voor de nationale jeugddagen in Leipzig. Na dit werk bekwaamt ze zichzelf verder in de techniek van de houtgravure. In 1927 brengt ze een bezoek aan Moskou en een jaar later wordt ze benoemd tot de hoofd van de ‘Meester atelier voor grafiek’ aan de Kunstacademie in Berlijn. Hierna volgt in 1929 een tentoonstelling in Basel. In 1932 wordt er op de Duitse militaire begraafplaats Het Roggevelde in de omgeving van het Belgische Diksmuide een tentoonstelling georganiseerd rondom haar werk ‘Het treurende ouderpaar’.
Mede door de opkomst van het Nationaal Socialisme wordt Käthe Kollwitz gedwongen afstand te doen van haar positie bij de Pruisische Academie. Later wordt ook haar werk uit de archieven van deze academie verwijderd en door het nieuwe regiem als ‘ontaarde kunst’ bestempeld. Kollwitz werkt door en creëert in de jaren 1934 de 1935 de lithografiecyclus “Vom Tote”. Hierna volgt er in Duitsland een niet-officieel tentoonstellingsverbod voor haar werk.

Zaden dienen niet vermalen te worden

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog op 19 juli 1940 sterft haar man Karl Kollwitz. Ter nagedachtenis aan hem maakt ze het kleine bronzenbeeld ‘Afscheid’.
Haar jongste zoon Hans is inmiddels al vele jaren getrouwd. Als zijn vrouw een zoon baart, staat Käthe erop dat zij hem naar Peter vernoemen. Ondanks de tegenwerpingen van haar schoondochter, zet Käthe door en zwicht Hans uiteindelijke voor haar wens. Als de Tweede Wereldoorlog losbarst moet ook deze Peter onder de wapens. Haar kleinkind Peter sterft op 22 september 1942 aan de Russische grens.  Als reactie op dit verlies maakt ze de lithografie ‘Zaden dienen niet vermalen te worden’.
In 1943 vlucht Kollwitz uit Berlijn en neemt haar intrek bij beeldbouwer Margret Böning in Nordhausen. Op 25 november 1943 wordt haar woning in Berlijn, waarin zij sinds 1891 met Karl heeft gewoond, getroffen door een bom.  Als gevolg hiervan gaan veel drukplaten en werken van haar verloren. In juli 1944 verhuist ze andermaal. Een bevriend en vermogend kunstenaar, Prins Ernst Heinrich von Sachsen, biedt haar woonruimte in zijn huis in Moritzburg in de omgeving van Dresden. Op 22 april 1945, 15 dagen vóór de overgave van Berlijn (8 mei 1945) wisselt Käthe Kollwitz haar sterfelijke bestaan in voor het  eeuwige.

Berlijn Kathe Kollwitz 2014 grafsteen KK
Familiegraf Käthe en Karl Kollwitz Zentralfriedhof Friedeichsfelde Berlijn © WL
Her-begraven in Berlijn

Haar zoon Hans en zijn kinderen zorgen er voor dat haar urn in september 1945 wordt overgeplaatst naar het “Zentralfriedhof Friedrichsfelde’ in Berlijn. En daar sta ik nu aan haar graf. Het is stil op deze vroege ochtend, enkele vogels fluiten, de zon bestraalt de mooie steen van het familiegraf van Karl & Käthe Kollwitz, haar broer Konrad, zus Anna Schmidt en zwager George Stern.

Hier begint mijn reis in de voetsporen van een van Duitslands grootste kunstenaars aller tijde: Käthe Kollwitz. Haar gedachtegoed en de vele werken leven voort in haar gebundelde dagboeken en in verschillende musea. In deze serie bezoek ik de musea in Keulen en Berlijn. Als eerste ga ik op verkenning bij het koekoeksjong in Koekelare (België).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Dagboeken Käthe Kollwitz
De dagboeken van Käthe Kollwitz

Als je de grootste kunstenares uit de Duitse geschiedenis beter wilt leren kennen, dan kan ik de gebundelde dagboeken van harte aanbevelen.

Een vuist dikke boek, 960 pagina’s, haar leven  tussen 1908 en 1943. O.a.(Online) te koop in het Käthe Kollwitz Museum in Keulen (€ 14,99) SBN 978-3-442-74408-4 WG 2117 btb-Verlag München.