Museum de Fundatie

Van molen tot woestijngevecht

zwolle luchtfoto
Luchtopname van Zwolle met dank aan Jan Tuijp van Volendammer.net

Als je Zwolle vanuit de lucht bekijkt, is het hart van de stad een prachtige ster. Een vorm die zijn oorsprong vindt in de functie als voormalige handels- en vestigingstad. Zwolle is een van de negen Nederlandse Hanzesteden die zijn verbonden door de IJssel. In één van de negen punten in dit sterpatroon ligt het Paleis aan de Blijmarkt. Ooit werd hier rechtgesproken, nu is het een van de twee locaties van Museum de Fundatie. Naast een vaste collectie worden er in dit museum jaarlijks verschillende, tijdelijke exposities georganiseerd. Meestal meerdere tentoonstellingen tegelijkertijd. Tijdens ons bezoek hebben we de keuze uit Van Gogh tot Cremer, Lotta Blokker, Jan Slijters, Paul Citroen en Gerard ter Borch. Uit het eigen bestand is aanvullend een overzicht van Turner tot Appel samengesteld. Wij gaan in de sporen van Van Gogh tot Cremer naar Parijs. 2015 Wordt een feestelijk Van Gogh jaar in Europa. We herdenken dan massaal dat hij 125 jaar geleden overleed. Dit is een goed moment om wat dieper in het leven en werk van Van Gogh te duiken. Wat zocht Van Gogh in Parijs en wat vond Cremer in de Franse lichtstad?

1908 - Piet van der Hem, Moulin Rouge Mus Fundatie
Moulin Rouge, Piet van der Hem (1908) foto Museum De Fundatie

Van Gogh in Parijs
In de tentoonstelling Van Gogh tot Cremer volgen we een pelgrimage van tientallen Nederlandse kunstenaars richting Parijs. De reis begint in 1886 als Van Gogh in Parijs aankomt. De artistieke reis eindigt hier in Zwolle bij het verblijf van Jan Cremer in Parijs in 1958. In de tussenliggende 130 jaar volgden vele tijd- en later vakgenoten Van Gogh naar de Franse hoofdstad. De Lichtstad heeft al eeuwen lang een sterke magneetwerking op bezoekers en kunstenaars. De stad inspireert haar bezoekers, de sfeer van  theater en romantiek hangt in de lucht, nieuwe trends worden hier ontwikkeld. Na een aantal tijdsbeelden van het Parijse stadsleven, donkere doeken met flanerende mensen op straat, verlicht door gaslampen, komen we in de zaal waarin “Le Blute Fin”(1886) hangt.

1886 - Vincent van Gogh, De molen 'Blute-Fin',  Mus Fundatie
Le Moulin de blute-fin, Vincent van Gogh (1886) ©collectie Museum De Fundatie

Voor velen  is dit een onbekend doek van de schilder. Dit schilderij met zicht op Montmartre werd in 2010 in de collectie van de Fundatie ontdekt. We stappen terug in de Le Moulin de blute-fin, Vincent van Gogh (1886) ©collectie Museum De Fundatietijd en verkennen het leven in de Franse hoofdstad van het einde van de 19e eeuw.
Vincent reist eind februari 1886 voor zijn derde bezoek aan broer Theo naar Parijs. Hij vraagt Theo om een afspraak voor hem te maken met Salon Carré van het Louvre. Theo werkt op dat moment bij een galerie van Goupil en nodigt Vincent uit om bij hem te komen logeren in de Rue la Laval (nu Rue Victor Massé). In de maanden daarop bezoekt Vincent het atelier van Fernand Cormon, in de wijk Montmartre. Hier leert hij andere (internationale) schilders kennen zoals Toulouse-Lautrec en Emile Bernard. Na een introductie door Theo wordt Vincent opgenomen in de kring van impressionisten en zo ontmoet hij o.a. Monet, Sisley, Pissaro, Degas en Gauguin. Direct na aankomst in Parijs begint Vincent te schilderen. Hij maakt zelfportretten, stillevens, composities met bloemen en hij bezoekt de molens van Montmartre. In deze tijd verandert het kleurenpalet van Vincent mede onder invloed van de ontmoeting met de impressionisten. En dan staan we oog in oog met ‘Le Moulin de blute fin’.

Dit is heel ander werk dan dat ik van hem ken. In het rechter bovendeel staat een hoekige molen, met op het dak een uitzichtterras. Vanuit het midden loopt een brede trap naar beneden waarop vooral vrouwen lopen, zij  gaan gekleed in lange japonnen. Het donkere kleurenpalet dat zo karakteristiek is voor zijn Brabantse periode, verandert hier in lichtere en kleurrijke tinten. Ik zie rode, licht blauw en gele jurken. De ‘blute fin’ is niet de enige molen die Vincent in Montmartre heeft geschilderd. Dicht bij het appartement van Theo stond Moulin de la Galette. De eigenaar van deze molen liet een dakterras op zijn molen bouwen, zodat bezoekers vanaf de Butte Parijs konden bewonderen. Later voegden ze daar nog en danszaal aan toe. Voor Vincent was deze omgeving een bron van inspiratie tijdens zijn bijna tweejarige verblijf in Parijs. In het voorjaar van 1888 wordt de stadsdrukte hem te veel en vertrekt (vlucht) naar Arles in het zuiden van Frankrijk. Na Vincent’s dood in 1890 komt de stroom  kunstenaars van ons land naar Frankrijk pas echt op gang. Een nieuwe tijd kondigt zich aan.

1930 - Dirk Filarski_Mus Fundatie
Place Blanche, Dirk Filarski (1930) foto met dank aan Museum de Fundatie

La belle Epoque
Parijs was aan het einde van de 19e eeuw het centrum van kunst en cultuur, en dat niet alleen voor Europa maar wereldwijd. Naast vele kunstenaars woonden er ook veel kunstcritici en kunsthandelaren in de Franse hoofdstad. Zij trokken op hun beurt weer potentiële klanten naar de stad om kennis te maken met de nieuwste trends in schilder- en beeldhouwkunst. Ook toen al kende Parijs vele musea, oude en nieuwe monumenten, er waren theaters, stadsparken, grote pleinen, cafés en volop vrouwen. De spanning van dit kleurrijke leven in combinatie met het onbekende nachtleven, trok ook aan de Nederlandse kunstenaars. Zowel tijdgenoten van Van Gogh als jongere Nederlandse kunstenaars die jaren later volgden. Onder hen waren Piet van der Hem, Isaac Israëls, Jan Sluijters, Kees van Dongen, Kees Maks, Tonny Kristians  en Jan Cremer. Hun indrukken van het leven in Parijs delen ze met ons o.a. in ruim 200 werken.

1908 - Kees Maks-Mus Fundatie
Rokende vrouw (1908) Kees Maks foto Museum De Fundatie

In de eerste grote zaal valt mijn oog  op twee markante werken:  de rokende vrouw van Kees Maks (Amsterdam 1867-1967) en daar recht tegenover hangt ‘Tête de Femme’ van Tonny Kristians (1907 – Parijs 1977). De vrouw die Maks weergeeft gaat voor niemand aan de kant. Zij voelt zich veilig op haar plek. Het vrije werk kwam Maks op heel wat kritiek te staan van tijdgenoten.

1937 - Tonny Kristians_Mus Fundatie
‘Tête de Femme’  Tonny Kristians (1937) foto met dank aan Museum de Fundatie

De vrouw van Kristians spreekt me aan door het contrasterende kleurgebruik. Oranje en groen en een prachtig lijnenspel.

1914 - Kees van Dongen-Mus Fundatie
De Mobilisatie (1914) Kees van Dongen foto met dank aan Museum de Fundatie

In de gang erachter trekt het werk ‘mobilisatie’ van Kees van Dongen mijn aandacht. De scene speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een thema dat ik in de afgelopen maanden intensief heb bezocht in België en het doet me ook denken aan de sfeer van werk van de Duitse kunstenares Kathe Kollwitz. Aan het einde van de expositie zie ik werken van enkele vrouwelijke kunstenaars zoals Charley Toorop (1891-1955) en het schetsboek en enkele doeken van Charlotte van Pallandt (1898-1997).

Jan Cremer
Ook na de Tweede wereldoorlog bleef de aantrekkingskracht van Parijs voelbaar  in het artistieke circuit. In 1948 wordt hier de kunstbeweging COBRA opgericht. In deze ontwikkeling spelen verschillende Nederlandse kunstenaars een prominente rol, denk aan Karel Appel, Constant en Corneille. Het is onder andere deze beweging die de jonge Jan Cremer inspireert.

Jan_Cremer_ woestijngevecht - Museum de Fundatie
Woestijngevecht (1959) Jan Cremer, foto met dank aan Museum de Fundatie

Cremer wordt net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 20 april 1940 in Enschede geboren. Als hij twee jaar sterft zijn vader. De opvoeding van Jan jr. komt dan voor rekening van zijn Hongaarse moeder balletdanseres Rósza Csordás Szomorkay. Na de oorlog komt Jan onder rijks voogdij. Op zijn 14e reist hij voor het eerst, zonder paspoort in Parijs. Na terugkomst in ons land werkt hij o.a. in fabrieken, drukkerijen en als pottenbakker in een steenfabriek. Hij tekent en schildert op allerlei materialen die hij te pakken krijgt. Op 18-jarige leeftijd gaat hij voor de tweede maal naar de Franse hoofdstad. Hij woont, werkt en reist dan afwisselend in Parijs en in Den Haag. in Parijs ontwikkelt Cremer zijn ‘Peinture Barbarisme’. Hij beschreef dat zelf als ‘ik sodemieter verf op een doek, ik druip, ik spat, sla, schop. Ik vecht met de verf en soms win ik”.  Als 19-jarige creëert hij ‘Woestijngevecht’. Mede naar aanleiding van zijn tweede Parijse periode schijft Cremer het boek ‘De Venus van Montparnasse’.
Parijs begint haar leidende positie op het wereldkunstplatform langzaam te verliezen. Jan vertrekt naar Ibiza, hij verlaat dit hippie-eiland in 1963. Als het centrum van de moderne kunst zich verplaatst naar New York, reist Cremer in 1964 naar Amerika.

1927 - Bram van Velde-Mus Fundatie
Bram van Velde (1927) foto met dank aan Museum de Fundatue

Terugkijkend op de tentoonstelling, heb ik o.a. geleerd dat van Gogh zich in Parijs op 33-jarige leeftijd nieuwe schildertechnieken eigen maakt. Zijn kleurenpalet verandert, onder invloed van de impressionisten, van donker bruin en zwart in frisse heldere tinten. Hij wordt vrijer en zijn karakteristieke losse penseeltoets komt tot ontwikkeling. Cremer (1940) komt als 18 jarige kunstenaar en schrijver naar de Franse hoofdstad. Ook hij zoekt en experimenteert volop. Zijn werk en het ‘Peinture Barbarisme’ vind ik persoonlijk moeilijk te doorgronden. Ik zie het gevecht wel in ‘Woestijngevecht’ maar daar blijft het voor mij bij. Beide kunstenaars zijn uiteindelijk op doorreis. Van Gogh reist met nieuwe inzichten door naar het Zuid-Franse Arles en Cremer vertrekt naar New York. Anno 2014 woont Cremer tussen zijn vele reizen door, afwisselend in Parijs (Rue de la Grande Chaumière) en New York.

catalogus van gogh tot cremer
Catalogus, uitgeverij Waanders € 24,95

 

 

Van Gogh tot Cremer, Nederlandse kunstenaars in Parijs, is nog tot 4 januari 2015 te zien in Museum De Fundatie in Zwolle. Gratis met de Museumjaarkaart.

 

Kijk hier naar een korte video met museumdirecteur Ralph Keuning gemaakt door Jasper Evenboer van Radio-TV Oost.

 

Van gerechtshof tot kunsttempel
Het Paleis aan de Blijmarkt in Zwolle, nu bekent als Museum de Fundatie, staat op de fundering van het voormalige Gerechtshof in deze Hanzestad. De Haagse architect Eduard Louis de Coninck won de ontwerp prijsvraag en presenteerde een opzienbarend neoclassicistisch ontwerp voor de nieuw te bouwen Rechtszaal in Zwolle (1838-1841). Een klassieke, strenge voorgevel met vijf Korintische zuilen die een timpaan dragen. Tot 1977 wordt hier recht was gesproken, daarna werd het complex o.a. gebruikt door de Provinciale Planologische Dienst.  In de jaren negentig van de vorige eeuw wil Zwolle zich gaan manifesteren als cultuurstad. Het Paleis aan de Blijmarkt wordt nu Museum De Stadshof. In 2004 start een grondige renovatie en ingrijpende verbouwing onder leiding van architect Gunnar Daan. De laatste transformatie is van 2012/2013 toen Hubert-Jan Henkert op het klassieke gebouw een ellipsvormige opbouw liet plaatsen.

Een grote keramische wolk, opgebouwd uit 55.000 wit-blauwe tegels. Als je vanaf het station aan komt lopen, lijkt het een groot ei met op de richel een dikke gouden duif (een creatie van Marthe Rolling). Deze videoclip ingesproken door Jeroen Krabbé geeft een goed beeld van de verbouwing en de sfeer van het nieuwe museum.
Museum de Fundatie telt twee locaties, het Paleis aan de Blijmarkt in Zwolle en kasteel het Nijenhuis bij Heino. Samen beschikken ze over een zeer gevarieerde collectie van internationaal topniveau. Naast oude, hedendaagse- en moderne kunst vind je hier kunstnijverheid, niet-westerse kunst en een beperkte etnografische verzameling.

© tekst Wilma Lankhorst
© foto’s met dank aan Museum de Fundatie